Loading...
Technische eisen2018-03-21T14:10:00+00:00

Technische eisen

Leveranciers en producenten van installaties en apparatuur geven vaak specificaties die verband houden met de eisen aan technische prestaties en compatibiliteit met systeemcomponenten. Hieronder staat een voorbeeld van technische eisen aan hydraulische vloeistoffen en smeervetten, betonlosmiddelen en andere verliessmering, zoals deze eerder als contracteisen in het Kenniscentrum Milieuvriendelijke Smeermiddelen bij Rijkswaterstaat zijn voorgesteld. Ook andere overheden kunnen deze eisen bij aanbestedingen opnemen in bestekteksten voor aannemers of leveranciers.

Hydraulische vloeistoffen

Het product dient aan de technische specificaties te voldoen volgens VDMA 24568. De hydraulische vloeistof moet worden geleverd in de ISO-VG klasse 22 of lager. De kinematische viscositeit mag bij -200°C niet hoger zijn dan 450 mm2/s. Aangetoond moet worden dat bij zwelproeven volgens DIN 53521 de zwelling van NBR-rubber in de desbetreffende vloeistof niet groter is dan 10%.

Smeervetten, betonontkistingsmiddelen en andere verliessmering

Het product moet geschikt zijn voor de toepassing. Het smeervet (of betonontkistingsmiddel, etc.) moet voldoen aan de specificaties van de producent of leverancier van de machine of installatie. De (onderhouds)aannemer kan de producent (OEM) vragen milieuvriendelijke producten aan de handleiding of smeermiddelenlijst met garantie toe te voegen.

Ook door milieukeurmerken worden wel technische eisen aan smeermiddelen gesteld. Het hanteren van technische eisen en specificaties komt voort uit kwaliteitsoverwegingen met betrekking tot de levensduur en mogelijke interactie met andere systeemcomponenten. Deze verschillen voor de toegepaste smeermiddelen in open en gesloten systemen. In alle gevallen dient de compatibiliteit van de smeermiddelen en (onderdelen van) de installatie te worden bepaald in overleg met leveranciers (van smeermiddelen en installaties, voertuigen, werktuigen of apparatuur).

Voor de toepassing van Duurzaam Inkopen criteriadient een uitzondering te worden gemaakt als er voor een specifieke toepassing nog geen geschikte alternatieven met milieukeur beschikbaar zijn. In die gevallen kunnen smeermiddelen of additieven die om technische redenen noodzakelijk zijn, ook al zijn ze vanuit milieuoverwegingen bezwaarlijk, toch worden toegestaan. Het is daarbij wel aan te raden bij leveranciers van (bio)smeermiddelen te informeren naar alternatieven en aandachtspunten. Zie ook Praktijkervaring en Kennis en informatie.

Het Verband Deutscher Maschinen- und Anlagebau (VDMA) hanteert een classificatie van basisoliën waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen mineraal, plantaardig en synthetisch. De VDMA-bladen geven de minimaal gewenste (technische) eigenschappen aan voor het gebruik van milieuvriendelijke hydraulische oliën:

Hydraulische vloeistoffen op basis van triglyceride (HETG) of ‘Pure Plantaardige Olie (PPO)

Meestal wordt hiervoor raapzaadolie gebruikt. Het vloeistoftemperatuurbereik is met 15°C tot 70°C beperkt. De olietank mag een maximum van 60°C niet overschrijden. De levensduur van deze olie is relatief kort, omdat doorgaans niet aan de oxidatiebestendigheid volgens DIN-norm 51.587 wordt voldaan. Als de olie veroudert, kan hij indikken, maar als de temperatuur laag blijft, kan de olie uitstekend functioneren in bijvoorbeeld landbouwmachines. Plantaardige oliën hebben een uitstekende smerende werking. Bovendien zijn ze goed mengbaar met minerale oliën. De VDMA-bladen geven een toegestaan watergehalte aan van 0,1%. Daarom wordt aanbevolen drogers in de installatie te plaatsen. Aanbevolen afdichtingmaterialen zijn polyuretaan, Acrylnitril-Butadien-Rubber (NBR), Gehydreerde Acrylnitril-Butadien-Rubber (HNBR) en Viton®. Pure plantaardige smeermiddelen zijn meestal geschikt voor open, ‘lowtech’-toepassingen; voor meer geavanceerde hightech-toepassingen verdienen esters de voorkeur.

Hydraulische vloeistoffen op basis van ester (HEES)

Deze vloeistoffen zijn mengbaar met minerale olie. Synthetische esters zijn goed bestand tegen hoge temperaturen en hebben goede smeereigenschappen. Contaminatie met vocht moet worden vermeden omdat anders hydrolyse ontstaat. Daarom wordt aanbevolen drogers toe te passen. De VDMA-bladen geven een toegestaan watergehalte aan van 0,1%. De biologische afbreekbaarheid is uitstekend. Er kunnen hoge eisen aan deze olie worden gesteld en het is mogelijk een lange gebruiksduur te behalen. De beste afdichtingmaterialen zijn Acrylnitril-Butadien-Rubber (NBR), tot maximaal 80°C, en Gehydreerde Acrylnitril-Butadien-Rubber (HNBR) en Viton® tot maximaal 120°C. Synthetische esters zijn meestal niet goed oplosbaar in water. De belangrijkste toepassing is in hydraulische installaties waar bij lekkage de grond kan worden vervuild. Synthetische esters kunnen zowel worden geproduceerd op basis van plantaardige en dierlijke oliën en vetten als op basis van minerale olie.

Hydraulische vloeistoffen op basis van polyglycol (HEPG)

Polyalkyleenglycolen zijn co-polymeren van oxiden van ethyleen en propyleen, en meestal van minerale oorsprong, waardoor ze niet voor alle milieukeuren in aanmerking komen. Bij lekkage zal de olie volledig oplossen in water en oneindig verdunnen. Oppervlaktewater wordt niet door een zuurstofafdichtende film afgesloten. Ze zijn minder goed biologisch afbreekbaar dan esters, maar de toxiciteit is laag. Milieutechnisch gezien is het vaak toch beter om het olieverlies te bestrijden, dan om het te laten afbreken omdat dit een hogere milieubelasting geeft. Polyglycolen zijn niet mengbaar met koolwaterstoffen, de basis van minerale olie. Ze zullen daarom geen asfalt aantasten bij lekkage. Indien een polyglycol lekt op beton of straat, is de lekolie simpel met water te reinigen. Er moet wel worden opgepast met verf omdat polyglycol aan de lucht drogende verf kan verweken. Verf die droogt door reactie van twee componenten, met name epoxyverf, is daartegen goed bestand. Polygycolen hebben een goede smerende werking en kunnen tegen hoge temperaturen. De toegestane hoeveelheid water is veel hoger dan bij andere hydraulische oliën; daarom is het niet nodig drogers te gebruiken. De VDMA-bladen geven een toegestaan watergehalte aan van 2%. De beste afdichtingmaterialen zijn Acrylnitril-Butadien-Rubber (NBR) bij relatief lage temperaturen of Gehydreerde Acrylnitril-Butadien-Rubber (HNBR) en Viton® bij hogere bedrijfstemperaturen (tot maximaal 120°C).

Technische voordelen